header

Goed klagen

Om kracht te krijgen, zodat wat gebroken is geheeld kan worden.

Klagen is woorden geven aan leed, verdriet, aan innerlijke, soms ongeziene pijn. Zorgen uiten die je bezig houden en je benauwen. Klagen is een ventiel dat de druk van de ketel haalt. Klagen is ook een brug slaan naar begrip en troost ontvangen. Tenminste, als je ‘goed’ klaagt.

Klagen kan ook zeuren en mopperen worden. Wie zijn verdriet of leed te lang alleen draagt, omdat hij het nergens kwijt kan, die voelt uiteindelijk teleurstelling, en wordt tenslotte boos: zijn klagen helpt niet, het brengt hem eerder afwijzing dan verlichting.

Door te klagen hoop je op medeleven, steun. Je hoeft geen oplossing! De behoefte achter dit soort negatief klagen is gehoord worden, je smart kunnen delen. Je eenzaamheid als het ware opheffen. Een oplossing is lang niet altijd mogelijk.

Daarom is klagen een soort nooduitgang, naar troost. Wanneer je je getroost, gesteund voelt omdat je jouw leed kunt delen met iemand anders, dan vind je ook weer kracht om uit te houden wat niet veranderd kan worden, en energie om te veranderen wat mogelijk en nodig is. Dan heb je moed om verlichting of verandering te bewerken.

Goed klagen als je het zwaar hebt is eigenlijk hopen

Klagen heeft dus iets van hopen in zich. Hoop op verlichting, op hulp. God leert ons in Zijn Woord dat Hij onze ultieme hoop is, zonder Hem zijn we machteloze verloren mensen. Dat maakt dat we zo geneigd zijn tot klagen wanneer niemand naar ons luistert: we voelen ons verlaten, machteloos en verloren. Maar wanneer je je klacht bij God brengt en op Hem vertrouwt om hulp en troost, in plaats van op je eigen macht en kracht, je vrienden of je geld, dan gebeurt er iets helends:

2 Mijn hulp komt van de Heer,
die de hemel en de aarde heeft gemaakt. 3 Hij zal ervoor zorgen dat je niets overkomt.
Je Beschermer slaapt nooit. 4 De Beschermer van Israël rust niet en slaapt niet. Hij let altijd op.
5 Net als je schaduw is de Heer altijd heel dicht bij je.
Hij zal je altijd beschermen.
Ps 121: 2-5

Helaas hebben wij vaak weinig vertrouwen in God en zijn we bang dat Hij niet echt in staat is om ons te redden, we verwachten hulp van alles en iedereen maar niet alleen, of in de eerste plaats van God! We zeggen ten einde raad: “Nou ja, laten we dan maar bidden, dat is het enige wat we nu nog kunnen doen” als het lastig is geworden in ons leven….Vraag je je wel eens af waarom je God niet vertrouwt, zelfs al geloof je ‘heilig in Hem’?

Goed klagen is geklaag dat God eer geeft, het is jammeren vanwege een nood, maar tegelijkertijd vertrouwen en hopen op God voor de verlossing. Immers, de verlosser ontvangt de eer, en wij die geholpen worden, krijgen de voordelen van de verlossing en loven God uit dankbaarheid. Lees in in Ps 55: 2-5 bijvoorbeeld de klacht van koning David eens: God, luister alstublieft naar mijn gebed. Doe niet alsof U mij niet hoort. 3 Luister alstublieft naar me en geef me antwoord. Ik schreeuw het uit tot U.
4 Mijn vijanden bedreigen me. Mensen die zich niets van U aantrekken, brengen me in gevaar. Ze willen me kwaad doen omdat ze me haten. 5 Mijn hart krimpt in elkaar in mijn binnenste. Ik ben doodsbang.

En dan gebeurt het verderop in deze psalm dat hij in vertrouwen kan zeggen:  17Maar ik roep mijn God om hulp. Hij zal me redden. 18 Van de vroege ochtend tot de late avond kreun ik het uit tot Hem. Hij zal naar me luisteren. 19 Hij zal me redden en in veiligheid brengen, hoeveel vijanden er ook zijn.

David vertrouwde erop dat God Hem zag en hem beschermde, in zijn klacht vol onmacht en angst. In Ps 42 lezen we zijn woorden:

10.Ik zeg tegen God: Mijn rots, waarom vergeet U mij? Waarom ga ik in het zwart gehuld, door de onderdrukking van de vijand? …42 Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven; Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht  en mijn God.  

Goed klagen is helend klagen, vanwege (eigen) zonde.

God is heilig en Hij laat zonde niet zonder gevolgen. En wanneer wij blijven zondigen, zullen we de nabijheid van God zien verdwijnen in ons leven. Dat is wat wij telkens zien in de geschiedenis van het volk Israël.

Wie zegt iets en het gebeurt, als de Heere het niet gebiedt? Komt niet uit de mond van de Allerhoogste voort het kwade en het goede? Wat klaagt dan een mens die leeft? Laat ieder klagen over zijn zonden! Klaagliederen 3: 37-38

Mijn oog vloeit van tranen en kan niet ophouden, omdat er geen rust is; totdat de HEERE neerkijkt en ziet uit de hemel. – Klaagliederen 3: 49-50

De profeet Jeremia (die schreef De Klaagliederen) wordt vaak de huilende of de klagende profeet genoemd. En hij huilde en klaagde terecht, want de zonde van het volk was groot en God strafte streng. Ook dat geeft hoop: onrecht laat God niet op zijn beloop, ook al klagen [!] wij daar vaak over: Waarom doet God niets?

Beklaag jij wel eens jouw eigen zonden? Zo niet, dan heb je misschien nooit de heiligheid en rechtvaardigheid van God gekend? Klagen vanwege zonden zal pas gebeuren wanneer wij onszelf zien in het licht van de heiligheid van God. En wanneer God vanwege zonden Zijn gezicht verbergt, zullen wij klagen en vragen naar Gods heerlijke aanwezigheid. Dit geklaag verheerlijkt God, want Hij wordt gezien als heilig, hoog verheven en waardevol.

Onze eigen zonden, of die van anderen waar wij onder moeten lijden, veroorzaken veel geklaag, waar we moedeloos en hopeloos van kunnen worden. Als we dan klagen en we worden niet getroost, overvalt ons teleurstelling en boosheid. Ons klagen kan in zeuren en mopperen ontaarden. Chagrijn, bitterheid zelfs.

We mogen onze klachten allemaal, eindeloos bij God brengen, en vertrouwen dat Hij ons hoort, en verhoord. Dat vraagt een bepaalde bekering van ons: het afstappen van onze neiging om alleen op onszelf te vertrouwen. Dat is eng want meestal hebben we niet voor niets geleerd in ons leven dat alleen wij zelf te vertrouwen zijn als we verdriet, pijn of onrust ervaren. God echter beloofd ons dat Hij onze Rots is, op wie we wel kunnen bouwen, bij wie we kunnen schuilen en bij wie elke klacht echt gehoord wordt:

Zoek rust mijn ziel, bij God alleen, van Hem blijf ik alles verwachten. Hij alleen is mijn rots en mijn redding, mijn burcht, ik zal niet wankelen. Ps 62: 6-7.

Doe je beklag zoveel je wilt, en richt je klacht tot God, vertrouw op Hem in je nood, Hij zal jouw klacht helen, Hij geeft troost, nieuwe kracht om te herstellen. Zelfs al blijft de situatie zoals die is. Want soms kan dat niet anders.

Comments powered by CComment

cronjob